De Edo periode: van Kyujutsu naar Kyudo

De Edo periode: van Kyujutsu naar Kyudo

In het midden van de 16e eeuw gebeurt er iets dat een grote invloed op het boogschieten zou hebben. Op de kust van het eiland Tanegashima strand een Chinees schip met aan boord Portugezen die musketten bij zich hebben. Het namaken van die wapens is al snel onder controle maar de meeste samoerai zien niets in het gebruik van wapens die op afstand doden op een in hun ogen oneervolle manier. Dat geldt niet voor Oda Nobunaga die zich als missie heeft gesteld om Japan uit de donkere tijden te halen en te verenigen onder een leiderschap. Hij laat een regiment van boeren soldaten trainen in het gebruik van de musketten, tanegashima genoemd naar de Tanegashima clan die regeerde over het eiland waar ze het eerste gevonden zijn, wat meteen een overwinning oplevert in een slag in 1575 tegen een groot samoerai leger. Dat betekent de facto het einde van de boog als een van de belangrijkste wapens op het slagveld.

Tijdens het Tokugawa Shogunaat probeert men het boogschieten in ere te houden door het organiseren van wedstrijden, Tōshiya, genoemd. De bekendste daarvan vond plaats bij de Sanjusangendo tempel in Kyoto. Het absolute record van Wasa Daihachiro, in 24 uur 13,053 pijlen schieten over de 122m lange hal van de tempel met 8,133 treffers, uit de 17e eeuw staat vandaag de dag nog overeind.

Rond 1660 sticht Morikawa Kozan een nieuwe Ryu, de Yamato Ryu, waarin hij elementen van de Ogasawara Ryu en de Heki Ryu combineerde. Hij is ook de eerste die het woord Kyudo gebruikt en in de opzet van zijn ryu veel aandacht besteed aan het mentale en spirituele aspect naast de techniek. In zijn leer zijn elementen van het Shinto, via de Ogasawara Ryu, en elementen van het Zen boeddhisme terug te vinden. Dat laatste wordt vaak gekoppeld aan de klassieke Chinese filosofie zoals neergelegd in de I Ching.

<Lees verder>